Twitter   linkedin

SER vraagt nieuwe kabinet om onverminderde focus op kinderarmoede

 

Op 17 maart jl. publiceerde SER een inmiddels veelbesproken rapport, getiteld “Opgroeien zonder armoede”. SER adviseert met klem dat alle kinderen een beroep moeten kunnen doen op voorzieningen die de gevolgen van armoede compenseren. Ondanks dat armoedebeleid uiteindelijk lokaal maatwerk is, roept SER het nieuwe kabinet op om scherp te blijven op de ondersteuning van kinderen in armoede. Het bericht werd door veel instanties opgepikt en gedeeld op sociale media. Kindpakketwijzer deelt enkele belangrijke bevindingen uit het onderzoek en tips om de aanbevelingen in praktijk te brengen.

 

Bevindingen SER kindpakketten

1. Aanbod kindpakketten

“Kindpakketten met een bundeling van voorzieningen in natura zijn in opkomst. Hoewel het aandeel gemeenten met een Kindpakket in korte tijd aanzienlijk is gegroeid, biedt ongeveer de helft van de gemeenten een Kindpakket aan. Naar verluidt hebben vrijwel alle middelgrote en grote steden een Kindpakket.”

 

Gerelateerde artikelen

2. Bereik en gebruik

“Het aanbieden van het Kindpakket betekent niet dat de gehele beoogde doelgroep wordt bereikt en dat de doelstellingen worden gerealiseerd. Het gebruik van het Kindpakket door de doelgroep bedraagt naar schatting van gemeenten gemiddeld 64 procent, waarbij er een grote onderlinge variatie bestaat en bij veel gemeenten niet bekend is of de beoogde doelgroep ook wordt bereikt. Uit een recent onderzoeksrapport blijkt dat bij iets minder dan de helft van de gemeenten het gebruik niet bekend is.”

 

Aanbevelingen en gerelateerde artikelen

  • “Het bereik en gebruik van bestaande instrumenten zoals kindregelingen, Kindpakketten en toeslagen is nog lang niet optimaal en kan (veel) beter, zowel voor de groep kinderen met ouders die een uitkering ontvangen (circa 40 procent) als voor de kinderen met werkende ouders (60 procent) die nog minder in beeld zijn.”
  • “Het beter bereiken van de doelgroep vergt meer kennis van de doelgroep. Betrek ook kinderen en jongeren zelf hierbij. Verbind concrete doelstellingen aan het tegengaan van niet-gebruik en richt de aandacht vooral op het beter bereiken van werkende minima. Meer gemeenten moeten de effectiviteit van hun beleid laten beoordelen.”
  • “Verbeter en intensiveer voorlichting over regelingen, en vereenvoudig (aanvraag) procedures door onder andere het verlagen van het taalniveau naar A2. Bundel regelingen om versnippering van het aanbod voor kinderen tegen te gaan. Alle gemeenten moeten een goed herkenbaar Kindpakket invoeren om armoede en uitsluiting onder kinderen te bestrijden.”

3. Meetbare doelen

“Bij gemeenten wordt geconstateerd dat werkende minima nauwelijks worden bereikt met de voorzieningen. Het niet-gebruik hangt ook samen met de complexiteit van het aanbod en van de procedures. Het is niet altijd duidelijk of de bedoelde regelingen het beoogde maatschappelijke doel (participatie en/of inkomensondersteuning) bereiken, daarvoor zijn meetbare doelen noodzakelijk.”

 

Aanbevelingen en gerelateerde artikelen

  • “Niet alleen het niet-gebruik van regelingen moet worden teruggedrongen, ook de effectiviteit van beleid en instrumenten kan worden vergroot.”
  • “Het aantal arme kinderen moet in de komende kabinetsperiode jaarlijks met een bepaald percentage, structureel omlaag worden gebracht. De kwantitatieve doelstelling moet richting geven aan het beleid en daaruit voorkomende effecten, los van de stand van de economie.”

4. Samenwerken met lokale partijen

“Het maatschappelijke middenveld pleegt een grote inzet om aanvullende voorzieningen te bieden voor kinderen in armoede. Daar waar sprake is van een hoog gebruik (hoewel niet bekend is of alle gerechtigde kinderen worden bereikt) blijkt sprake van een nauwe samenwerking met maatschappelijke partners zoals Stichting Leergeld, het Jeugdsportfonds, het Jeugdcultuurfonds, kerken en scholen.”

 

Aanbevelingen en gerelateerde artikelen

  • “Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering op lokaal niveau en moeten voorzien in lokale regie en coördinatie, samen met het onderwijs en maatschappelijk middenveld. De samenwerking met scholen en maatschappelijk middenveld moet verder worden geïntensiveerd en gefaciliteerd. Lokaal maatwerk staat voorop maar er mogen, vanuit het belang van kinderen, ook minimumeisen aan gemeenten worden gesteld, bijvoorbeeld over het aanbieden van Kindpakketten.”